De wolk die alles weet
POEF!
Er dwarrelt een wolk van licht de kamer in.
De wolk glinstert als sterrenstof en ruikt naar vonken.
‘Hoi,’ zegt de wolk. ‘Ik ben Clou, de wolk die alles weet. Je kunt mij elke vraag stellen die je wilt.’

- Tekst
- Kris van Loon
- Pagina's
- 32
Meer prentenboeken
Familie Dixi
Een Dixi op een festival, 14.16 uur.
Familie Dixi
kort verhaal
Een Dixi op een festival, 14.16 uur.
In het latijns: ‘Ik heb gezegd’, de merknaam van een oude supermarktketen in Duitsland, of zelfs een historisch Amerikaans cola merk. Vaak wordt het woord ‘Dixi’ toch geassocieerd met die vieze, stinkende festival wc’s.
Dit is niet de fijnste toestand waarin ik ooit heb verkeerd. Naast dat de geur en het aanzicht van deze uitwerpselen niet acceptabel zijn, is de temperatuur hier al helemaal niet om vol te houden.
In de verte muziek. Deze wordt door het niet-ventilerende hokje versterkt en opgeblazen. Het lijkt net een geluidsbox waar het geluid niet uit kan.
De oranje kunststof box waarin ik me bevind, staat met nóg een tiental van deze oranje kunststof boxen op rij. Net een familie. Daar aan de linkerkant heb je papa en mama Dixi, met hun drie Dixi kinderen. Ernaast staan opa en oma Dixi. Dit kun je zien, ze zijn een beetje ingezakt. Er bevinden zich nog een aantal ooms en tantes, neefjes en nichtjes en misschien zelfs achterneefjes en nichtjes in de rij. Je kunt wel zien dat ze familie zijn, ze lijken allemaal op elkaar.
De Dixi familie leeft van de uitwerpselen die wij hun geven. Jammie dat poep taartje, mmm een plas cocktail. Ze zijn maar al te blij met onze ontregelde darmen op een festival. Daar smullen ze van.
Familie Urinior wijst me de weg naar de Dixifamilie. Grijze, plastic bomen, vier aan vier. Als een laan die naar het Dixi paleis leidt. Ik word verwelkomd door acht plassende mannen. Ze leiden me naar mama Dixi.
Hoe langer ik hier zit, hoe meer ik me afvraag waarom.
Druppel aan mijn kin. Ik vraag me af of voor een Dixi ook de 10-secondenregel geldt. Dan zou ik nu al zeker een heleboel enge ziektes hebben opgelopen. Er komt een windje voorbij van onderen. Dit laat me rillen. Hoe kan er een windje van onderen komen als er niet eens wind van boven komt? Misschien zit iemand wel naar me te kijken.
Onze ontlasting, dicht bij elkaar. Zouden de uitwerpselen gelukkig zijn zo samen? Alle poepjes en plasjes gezellig samen in de buik van mama Dixi. Grote vriend wc-papier ligt charmant om ze heen gestrengeld. Wat zou dit voor mama Dixi betekenen? Misschien is wc-papier voor haar hetzelfde als fastfood voor ons.
Een sauna effect. Mijn hele lichaam zit onder het zweet en de druppels aan mijn kin blijven maar lopen. Eigenlijk is dit een zeer luxe festival, ze hebben zelfs privé sauna’s. Je moet alleen wel zien te overleven met de geur en het aanzicht van de ontlasting.
Dreunende geluiden komen van buiten. De Dixi olifant komt eraan. Wat een monster. Hij komt alle leden van familie Dixi leegzuigen. Hij wil alle uitwerpselen hebben. Hopelijk overleven de Dixi familieleden deze aanval.
Ik ben een dweil die samen met alle uitwerpselen opgezogen kan worden.
‘Ik heb het toch gezegd’, zou mama Dixi zeggen.
In m'n eendje
Het te verwaarlozen half uurtje
In m'n eendje
illustratie & kort verhaal
Het te verwaarlozen half uurtje
Een verwaarloosd stukje grond aan het water, 12.01 uur.
Hier zit ik dan, op een zanderige, klassieke pilaar. Deze pilaar trof ik hier zo vies en eenzaam aan. Zeker gedumpt door de medemens. Naast me staat een compostbak met wat groente-afval en een paar eierschalen. ‘Het liefst de eierschalen kapot. Dat is makkelijker verwerkbaar.’ Oh, ‘en er mogen absoluut geen takken in want die composteren niet binnen twee jaar.’ Insecten kruipen, erin en ernaast.
De planten zijn verwaarloosd, alleen de pimpelpaarse bloemen stralen nog iets van leven uit. Ik zit hier beschut en ik overtreed geen regels, althans dat denk ik. Toch ben ik bang dat er iemand komt die me wegjaagt. Misschien zelfs de politie, die me meeneemt en opsluit, simpelweg omdat ik hier op deze pilaar mijn tijd zit te verdoen.
Naast me dobberen twee bootjes. Eén ervan is een sloep, die al lang niet meer gebruikt lijkt te zijn. Tevreden dobberend wordt deze zwarte sloep geaaid door de lange wilgentakken. De wind blaast vredig, het water ruist. De oude wilg beschermt me met zijn lange, hangende takken. Toch heb ik nog steeds een angstig gevoel. Eigenlijk wil ik hier zo snel mogelijk weg.
Er kwaakt een eend, er koert een duif. De wind blaast harder, wat de kettingen aan de boot doet kraken.
Het tweede bootje, iets verderop, heeft de naam ‘Otter’. Deze boot heeft een gezicht. De twee ramen zijn de ogen en de boeg is de mond. Misschien dat de boot daarom ‘Otter’ heet? Nee, op een otter lijkt het niet. Eerder een eend met een grote snavel.
Hé, het gezicht verandert. De ogen zijn opeens neusgaten geworden. En de twee ramen die erboven zitten, moeten dan de nieuwe ogen zijn. Ja, ik herken nu wel degelijk de kop van een koe. Een grote neus, de ogen zwart.
Het is een leuk bootje, maar ook deze is verwaarloosd.
Wat als deze boot weer opgelapt zou worden? Zou ik er dan in durven varen? Of zou het te vergelijken zijn met een Mr. Bean die simpelweg een nieuw pak aangetrokken heeft.
Er heerst een rustgevend briesje dat het water laat kabbelen. Deze plek is eigenlijk zo slecht nog niet. Plotseling komt er een hond op bezoek. “ Hallo hond.” Druk snuffelend heeft de harige hond geen tijd om ‘hallo’ terug te zeggen. Dat is niet gek, op dit stukje verwaarloosde grond is van alles te besnuffelen. Dan fluit het baasje en is de hond opeens weer verdwenen. Het water spettert, de eenden vechten.
In de verte staat een fiets gestald. Het voorwiel in het hoogste rek. Zo lijkt het net een steigerend paard. Wie weet, kan ik op een mooi, sterk paard wegrijden van deze verwaarloosde plek. De wind blaast en laat de planten met de pimpelpaarse bloemen zachtjes bewegen. De wilg hangend, het water stromend.
Eindelijk gekalmeerd neem ik afscheid van mijn bootjes, die als twee dronken mannen dansen op het water.
Klein geitje
Er was eens een meisje
Klein geitje
poëzie
Er was eens een meisje
Ze wilde heel graag een klein geitje
Mama zei: Je krijgt een kleinigheidje
Het meisje was blij
Ze kreeg een klein geitje!
Al snel was het meisje teleurgesteld
Dit was niet wat ze zich had voorgesteld
Er was helemaal geen klein geitje
Maar wat krijg ik dan? Dacht het meisje
Mama zei: Hier heb je een kleinigheidje.
Tim de timmerspecht
Tim is een timmerspecht.
Tim de timmerspecht
kort verhaal
Tim is een timmerspecht.
Later als hij groot wordt volgt hij zijn vader op als timmerman. Hij is al vaak aan het oefenen.
TIK - TIK - TIK,
klinkt zijn snavel dan tegen de boomstam.
Maar Tim heeft een droom.
Hij wil eigenlijk geen timmerspecht worden.
Hij droomt ervan om te schilderen.
Met een kwast tussen zijn vleugelveren.
Of gewoon met zijn snavel in de verf.
FLATS!
Een heleboel verf flatst tegen de boom.
Het is een schaap, of nee, een vallende ster!
Dit is toch veel leuker dan alleen tikken?