
In m'n eendje
Het te verwaarlozen half uurtje

In m'n eendje
illustratie & kort verhaal
Het te verwaarlozen half uurtje
Een verwaarloosd stukje grond aan het water, 12.01 uur.
Hier zit ik dan, op een zanderige, klassieke pilaar. Deze pilaar trof ik hier zo vies en eenzaam aan. Zeker gedumpt door de medemens. Naast me staat een compostbak met wat groente-afval en een paar eierschalen. ‘Het liefst de eierschalen kapot. Dat is makkelijker verwerkbaar.’ Oh, ‘en er mogen absoluut geen takken in want die composteren niet binnen twee jaar.’ Insecten kruipen, erin en ernaast.
De planten zijn verwaarloosd, alleen de pimpelpaarse bloemen stralen nog iets van leven uit. Ik zit hier beschut en ik overtreed geen regels, althans dat denk ik. Toch ben ik bang dat er iemand komt die me wegjaagt. Misschien zelfs de politie, die me meeneemt en opsluit, simpelweg omdat ik hier op deze pilaar mijn tijd zit te verdoen.
Naast me dobberen twee bootjes. Eén ervan is een sloep, die al lang niet meer gebruikt lijkt te zijn. Tevreden dobberend wordt deze zwarte sloep geaaid door de lange wilgentakken. De wind blaast vredig, het water ruist. De oude wilg beschermt me met zijn lange, hangende takken. Toch heb ik nog steeds een angstig gevoel. Eigenlijk wil ik hier zo snel mogelijk weg.
Er kwaakt een eend, er koert een duif. De wind blaast harder, wat de kettingen aan de boot doet kraken.
Het tweede bootje, iets verderop, heeft de naam ‘Otter’. Deze boot heeft een gezicht. De twee ramen zijn de ogen en de boeg is de mond. Misschien dat de boot daarom ‘Otter’ heet? Nee, op een otter lijkt het niet. Eerder een eend met een grote snavel.
Hé, het gezicht verandert. De ogen zijn opeens neusgaten geworden. En de twee ramen die erboven zitten, moeten dan de nieuwe ogen zijn. Ja, ik herken nu wel degelijk de kop van een koe. Een grote neus, de ogen zwart.
Het is een leuk bootje, maar ook deze is verwaarloosd.
Wat als deze boot weer opgelapt zou worden? Zou ik er dan in durven varen? Of zou het te vergelijken zijn met een Mr. Bean die simpelweg een nieuw pak aangetrokken heeft.
Er heerst een rustgevend briesje dat het water laat kabbelen. Deze plek is eigenlijk zo slecht nog niet. Plotseling komt er een hond op bezoek. “ Hallo hond.” Druk snuffelend heeft de harige hond geen tijd om ‘hallo’ terug te zeggen. Dat is niet gek, op dit stukje verwaarloosde grond is van alles te besnuffelen. Dan fluit het baasje en is de hond opeens weer verdwenen. Het water spettert, de eenden vechten.
In de verte staat een fiets gestald. Het voorwiel in het hoogste rek. Zo lijkt het net een steigerend paard. Wie weet, kan ik op een mooi, sterk paard wegrijden van deze verwaarloosde plek. De wind blaast en laat de planten met de pimpelpaarse bloemen zachtjes bewegen. De wilg hangend, het water stromend.
Eindelijk gekalmeerd neem ik afscheid van mijn bootjes, die als twee dronken mannen dansen op het water.
Karakters in dit verhaal



